Dodentocht 2019

Voorafgaande aan de Dodentocht op 21 juli de Afsluitdijk over gelopen, heen en terug, 65 kilometer. Een erg goede, saaie, bijzondere training!

Vrijdagochtend vertrokken wij naar België voor de Dodentocht in Bornem, dé 100 kilometer-loop van Vlaanderen. Na onderweg A., de medeloopster, te hebben opgepikt en na wat files bij Antwerpen, kwamen wij om vier uur aan bij ons hotel in Sint-Niklaas. Ook vorig jaar logeerden we bij hotel Serwir aan de Astridlaan, 12 kilometer van de start Bornem.

Na anderhalf uur rust op onze hotelkamer vertrokken we met de fietsen achterop de auto naar een dorpje vlak voor Bornem. Hier gingen A. en deze jongen fietsend naar een verzorgingscentrum. Vrouw S. liep vanaf de auto die kant op. Zo hebben we er maar een mooi systeem in!

Al grote drukte in Bornem. Bij een kledingstand met allerlei spullen over de Dodentocht nog een buff gekocht. Hierna gegeten in hetzelfde restaurant als vorig jaar. Erg druk daar, maar razendsnel krijg je je spaghetti voorgetoverd. Ja, ze hebben voorafgaande aan deze tocht al 49 jaar ervaring. De bedienster van vorig jaar schoot ik nog even aan. Ze noemde me vorig jaar ‘Suske’, en dat was vast niet persoonlijk bedoeld, maar dat betekent ‘lieveling’. Zo sprak ik haar nu aan, maar ze kon me zich niet herinneren, S. echter wel.

De Dodentocht is te vergelijken met de Fietselfstedentocht bij ons in Friesland. Maar liefst 13.011 deelnemers staan aan de start. Sinds twee jaar is de limiet 13.000 deelnemers. Vreemd is het dan wel dat er 11 meer aan de start stonden. Er is een boel tumult geweest over de inschrijving van deze 50e editie. Binnen twee uur was de tocht ‘vol’ en iedereen die hierna inschreef mocht niet meedoen. Veel ervaren lopers gaven hier nogal wat kritiek op en ik moet zeggen dat dit wel is voor te stellen. Het is natuurlijk erg sneu dat je – als voorbeeld – al negen keer hebt gelopen en je de tiende keer niet mag meedoen.

Bijna 21.00 uur

Drukte in het startvak

Deze man gelooft zijn ogen niet! ‘Allez, wij zijn het middelpunt!’

Weer een post

Veel steentjes!

Na 72 kilometer nog monter!

Een jonge deelnemer naar de kloten

Kruip door, sluip door. Rechts mais…

 

Drukte op een post

 

Het laatste stukje

Na veertig minuten te hebben gewacht in het startvak met nog 13.010 mensen vertrokken we om 21.07. Vooraf nog enkele Friezen gesproken, echte diehards die meerdere honderd kilometers al in de benen hadden. Leuk, dit contact!

Na drie en een halve kilometer kwamen de twee groepen van 6.500 deelnemers samen op een vrij smal pad. Weer een paar kilometer verderop stond alles helemaal stil. We dachten dat iemand onwel was geworden, maar het bleek dat er wat twijfels waren over een afslag. De Dodentocht kent geen vrijwilligers die je de weg wijzen. Je moet zelf goed opletten op de bordjes en dit pad waar we in werden gestuurd was wel erg smal, een anderhalve meter breed. Maar daar moet je niet over klagen en dat doen Belgen al helemaal niet.

Na 15.8 kilometer kwamen we bij post Friesland. Kijk, dat doet je hart sneller kloppen natuurlijk. Hier kregen we Friesland Campina chocomelk, dit keer in blik en zonder knoeien.

De ‘verzorgingsposten’ zijn geweldig. Je krijgt water, bananen, vlaaien etc. en alles staat al keurig uitgestald en is vers. Zo heb je zo’n 15 posten waar je wat eten en drinken kunt krijgen. Het is echt geweldig georganiseerd.

De goede instelling is om te lopen van post naar post en niet te denken aan de 84 km die je nog moet… Zo stampten we de kilometers weg met weinig rust tot zo’n 36 kilometer. Om een uur of zes werd het gelukkig al weer licht, een moment waarop je volgens de organisatie een dip kunt verwachten. Dat kon ik me van vorig jaar ook nog herinneren. Had toen een inzinking van 45 tot 55 kilometer, maar vandaag geen enkel probleem, ook geen slaapbehoefte en dat zou zo blijven.

Post Merchtem in Vlaams-Brabant is een cruciale. Deze ligt op 53,8 km, psychologisch een heel belangrijke: je bent over de helft. Geen enkel pijntje kon ik opnoemen. Geen gevoel van opkomende blaren, nee eigenlijk ging het perfect. Na deze plaats ga je weer omhoog richting het noorden en Bornem. Een stevige wind hadden we dan ook voornamelijk in de rug. De hele tocht – en zeker ’s nachts – was het benauwd weer, warmer dan in Nederland en zeker ook minder vochtig. Slechts een bui zou ons treffen, al waren we zo slim om even te schuilen. Met de harde wind zou je zomaar ‘dweil’ zijn geweest.

Op iedere post wat gedronken en gegeten. Twee vlaaien, een wafel, twee bananen, wat broodjes, soep etc. naar binnen gewerkt + drinken en nog meer drinken. In Lippelo op 72 km zat mijn vrouw op het terras op ons te wachten. Het was toen al duidelijk dat we later dan vorig jaar zouden binnenkomen, maar dat mocht de pret niet drukken natuurlijk. Na goede koffie en een toiletbezoek op een normale en ruime wc (wat is dit heerlijk t.o.v. een dixie), kon ons niks meer gebeuren. In mijn Elfstedenshirt toog ik verder naast A. die ook nog in prima doen was.

Nu even onsmakelijk. Wij mannen hebben het makkelijk natuurlijk wat pissen betreft. ’s Nachts moest ik wat water kwijt en vond een rustig hoekje naast een enorm maïsveld. Een Belg had net zijn behoefte gedaan en hij zei dat ik beter even verderop kon wateren en hij wees met z’n ogen naar links. Ah, daar zat een madammeke te poepen in het mais. Ik kon het ruiken en zien. Poepen en plassen in het mais was continu aan de orde. Veelal waren het vrouwen die ineens uit het twee meter hoge mais opdoken. Bijzonder gezicht, maar het went.

Zo telden we de posten af. Twee keer moest ik nog even een vragenformulier invullen van de Gent Universiteit. Voor het onderzoek voor de beweegredenen had ik me opgegeven. Het kostte wel wat tijd, maar wel interessant om straks de uitkomsten te zien. Waarom loop je de Dodentocht? Om jezelf te bewijzen voor je vrienden, collega’s of voor jezelf? Of zijn er andere motieven?

De kilometers langs de Schelde zijn mooi, eindelijk een mooi uitzicht aan de linkerkant. Wat altijd weer opvalt is de enorme grauwheid van huizen en ook natuur tijdens deze tocht. Slecht onderhoud, vooral wegen uiteraard. Vele paden met steentjes en oneffenheden. Oppassen in de nacht en oppassen voor je enkels!

Plotseling hoorden we de sirenes van de brandweer en tot onze grote verbazing stond een de brandweer zomaar op ‘ons parcours’. Een brandweerauto stond hoog op z’n poten, twee brandweermannen zaten in hun mandje hoog in de lucht en een andere brandweerman spande zenuwachtig een lint, zodat voor de lopers een smal stukje straat overbleef. Echter, niemand zag de brand, ook de brandweer zelf niet, hetgeen mij niet kon weerhouden van een opmerking: ‘In België zetten ze eerst de brandweerauto alvast klaar en gaan dan brand maken’. Uiteraard een grapje. Merkwaardige situatie was het echter wel.

De laatste kilometers werden via grote borden aangegeven (5, 4, 3, 2, 1). Werkt vaak juist niet motiverend. Je denkt vaak dat je een bordje hebt gemist. Bij A. knapte een blaar en dat was pijnlijk. Gelukkig liep ze door de pijn heen, het was immers nog maar een stukje. Veel mensen werden begeleid of ondersteund. Veel mensen met knielappen. Een man werd onder de arm zowat meegesleurd. Ik twijfelde of hij zijn ogen nog open had. Blijft bijzonder, die Dodentocht en sommige deelnemers die helemaal ‘naar de kloten zijn’, de vaak slecht getrainden. Ondanks alle informatie over deze tocht, hoe je moet trainen, schoeisel etc., zie je veel vooral jongeren met kleine sokjes en lichte sportschoentjes ploegen en ook uitvallen. Uiteraard.

Om 18.35 kregen wij onze oorkonde en medaille in de finishtent. Geweldig hoe dit altijd weer gaat! Daarna wederom naar ons restaurant en wederom spaghetti gegeten. Nu in veel betere gezondheid dan vorig jaar. Eigenlijk ging het heel goed, maar het was wel mijn laatste Dodentocht, dat had ik vooraf al bepaald. Na een onrustige nacht slapen, ’s ochtends gezamenlijk ontbeten in het hotel. Het was weer een bijzondere tocht!

 

Dag 5 Elfstedenwandeltocht 2019

Zo. De laatste dag vandaag van deze Tocht der Tochten. Voetjes voelden weer wat slechter. Enkele blaren nog net niet op ontploffen. Benieuwd of ik ook vandaag zonder EHBO de tocht zou volbrengen. Om vijf voor zes drukte iemand finnig twee keer op de bel tot mijn grote schrik. Het bleek een van de mederijders te zijn die ‘niks zag bewegen in huis’ en deze jongen danig onderschatte. Ben namelijk altijd op tijd en stond net op punt door de achterdeur te vertrekken.

Een lange rit naar Dokkum over de Waldwei/haak om Leeuwarden deed ons pas om 6.54 aanschuiven bij de start. De twee mederijdsters liepen al ver voor me uit. Ai, wat liep ik beroerd! Koffie kon je beneden halen, maar daar was geen tijd voor. De start weer als vanouds: ik gleed langzaam naar de achterkant van het peloton. Verschikt keek ik om. Het zou toch niet kunnen dat ik straks helemaal achteraan zou lopen? Liepen de andere mensen dan zo snel en ik zo dramatisch? Jawel, dat waren de feiten. De blaren werden pas laat door mijn geest geaccepteerd, toen waren we al 10 kilometer verder. Tot mijn verrassing zag ik Piet in Elfstedentenue de bosjes uit stappen. Hij liep ook niet zo best en zo liepen wij, twee fysieke wrakken, maar geestelijk onverwoestbaren door, de pijntjes zoveel mogelijk weglachend. ‘Wrak zooitsje’ zei ik en Piet kon het hier mee eens zijn. Het zou uiteraard wel goed komen. Kwam weer de Belg tegen waarmee ik had gesproken over de Dodentocht, de 100 km tocht in augustus. Hij was te laat met inschrijven. De man sprak vanuit zijn eigen beleving en merkwaardig ook nog. ‘A ja, ik dacht vanmorgen dat de contractie van mijnen achillespees mee zou vallen’ en meer van die merkwaardige zinnen die mijn aandacht zeker hadden, maar die ik niet kon onthouden. In ieder geval dacht hij als een computer over Den Dodentocht. Ik zei het niet, maar ik dacht het wel: ‘allee manneke, het is niet zo moeilijk. Gij zet het ene been voor het andere en als ge dat steeds sneller doet gaat gij harder vooruit’.

Beppe van de dropkes. Deze beppe stond iedere dag dropjes uit te delen en werd door De Swalkers verrast met een oorkonde. Ze werd er emotioneel van.

 

Vaste supporter Hans. Iedere dag meerdere keren iedereen aanmoedigend. Benoemd tot ‘echtgenoot van de week’ (zijn vrouw deed mee)

Zo kwamen we de oude auto’s al vroeg tegen. Dat verbaasde ons eerst, maar de verklaring was simpel te geven: wij liepen bijna achteraan. Mooi gezicht die oude automobielen. Wat steken die auto’s van nu daar slecht bij af. In Oenkerk even bakkie gedaan met mijn medelopers, oud collega Jan S en nieuwe loopmaat Rudolf. Laatsgenoemde kon goed en vooral lang praten. Het klikte goed met z’n drieën. Ik vroeg Rudolf hoe oud hij eigenlijk was. 68, zo zei hij. ‘Zo oud zie je er niet uit’ zei ik. ‘Je lijkt wel 73’. Ach, humor is simpel en het was gezellig. Met z’n drieën kwamen we dan ook aan bij De Harmonie. Rudolf was een ‘brevetloper’ . Hij mag zich melden bij de Commissaris van de Koning in april 2020. Hij sloot zeker niet uit dat hij volgend jaar weer mee zou lopen. Hij was onder de indruk van het sfeertje (en onze gezelligheid) en dat zijn wij al jaren. Na wat pintjes op het terras en her en der wat felicitaties ging ieder zijn weg. Het was weer een mooie en bijzondere week!

Dag 4 Elfstedenwandeltocht 2019

De route van Franeker naar Dokkum vind ik de mooiste van de Elfstedentocht. Met moeite de voeten weer in de te krappe schoenen geschoven deze ochtend. Dunnere sokjes gaven wat meer ruimte in de schoenen, al praten we hier over millimeters. Edoch: keus is er niet, er moet gelopen worden en vandaag zou het weer zo’n 44 kilometer worden. Nog snel een bakkie koffie weggeslurpt en vele bekenden begroet, waaronder de lopers uit Sint Annaparochie en omgeving die er weer monter bijstonden. Pijntjes over en weer natuurlijk.

De start was voor mij uiterst moeizaam en ik werd aan alle kanten voorbijgelopen. Dat viel dan weer veel mensen op natuurlijk. ‘Giet ut wat? Rinst net sa bêst!’ en ‘hest blierren?, nou ‘succes hjoed’ er van uitgaand dat ze deze jongen pas op het terras weer tegenkomen. Het dieseltje moest op gang komen. De tactiek was derhalve simpel vandaag: niet te veel zitten, doorlopen. Over het schelpenpad naar het mooie Berlikum. Prachtig om zo de twaalfde stad van Friesland binnen te komen. Twaalfde stad? Ja, twaalfde stad (zie eerdere blogs van jaren hiervoor, ik ga het niet weer uitleggen). De oranjekoek was dit jaar gehalveerd en daar is natuurlijk een oplossing voor: pak twee stukjes, al hield ik het bij een. De voordeur in, her en der wat groetend ‘Giet ut noch?’ en door de achterdeur er weer uit. Geen koffie en het halve stukje oranjekoek was al op. Zo passeerde ik een mannetje of honderd. Dat schoot lekker op!

Strontbult bij Stiens, hoe toepasselijk

Stiens was op 22,7 km volgens mijn Strava navigatie. Normaliter liep ik altijd met Sports-Tracker. Qua interface veel mooier dan Strava. Aangezien Sports-Tracker de laatste tijd soms zomaar uitvalt gekozen voor Strava, ook omdat er via Facebook een Elfstedengroepje is benoemd. Lekker de schoentjes even uit na een mager soepje en koffie. Her en der weer mensen aanspreken op hun mooie shirtje (…) en snel, nou ja snel, weer verder naar het ultieme doel van deze mooie dag: het terras in Dokkum. Maar je bent zomaar niet in deze stad. In Bartlehiem de traditionele teleurstelling van Hollanders omtrent het lullige en vermaarde bruggetje aldaar. Was dit nou het befaamde Elfstedenbruggetje? Jawel, het is niet meer of minder. Na het bruggetje is er een zitplaats met koffie etcetera en een toiletkeet. Een militairtje sprintte vol naar de toiletten, vroeg voorrang aan dees en genen, gooide z’n bagage op de grond en scheet dat het een lieve lust was, want dat kon je duidelijk horen. Niemand lacht of huilt, wij lopers snappen ‘s mans problemen.

Zicht vanaf Berlikum

Na deze korte onderbreking togen we verder richting het prachtig gelegen Birdaard. Dit dorp aan de Ee ligt zo prachtig en zet dit dorp eens af tegen Stiens, dan begrijpen jullie wel wat ik bedoel. Vergeten naar de oude Elfstedenbedwingers Jouke en Wobbie te zwaaien. Was er al voorbij toen ik het me bedacht. Op het terrasje aan het water koffie gedronken en appeltaart gegeten met Anna en Jessica. Wat een hork van een kerel die in dat restaurant de scepter zwaait trouwens. Hij blafte zijn personeel af. Ik dacht dat m’n fooi hem wat aardiger zou maken, maar de man zag me niet en bedankte niet. Je zal er werken zeg en de appeltaart had ook nog een oude bodem. Jawel, ik ben een kenner.

Vanaf dit terras was/is het nog tien kilometer en tien kilometer is qua tijd ongeveer 1.50 uur. Mijn rekensom: ‘k loop veel harder dan 5 km/u. 6 km/u is 1.40 uur, dus wordt het 1.50 per uur, aangezien er her en der wat praatjes worden gepleegd en plasjes gedaan. Achter groepje militairen gelopen en dat liep lekker. Ik liep sowieso beter, kreeg de spirit terug (want lekker lopen is niet denken aan lopen) en de vooruitgesnelde Anna en Jessica kwamen weer in het zicht. Zo haalde ik ze net in voor de finish in Dokkum, alwaar we onder luid gejuich werden ontvangen door vele, vele supporters, kennissen, medelopers, vrouw, dochter en kleinkind. Mooie dag vandaag. Dag 4 is altijd mijn favoriet. Arme voeten.

Dag 3 Elfstedenwandeltocht

Pas om half zeven vetrokken we deze ochtend naar het mooie Workum. De avond er voor nog zitten pielen met m’n schoenen en veters. Toch maar gokken op de sportschoenen die ik nooit meer aanhad? Mwa, na lang wikken en wegen toch maar de Salomons. Ik had dunnere sokjes aan, gekregen op mijn verjaardag een paar weekjes eerder. Ik vertel jullie mijn leeftijd niet, want je hebt me toch jonger, al voel ik me weer veel ouder en zeker vanmorgen.

In het smalle straatje komen alle gedaantes weer te zamen. Zo was er ook Piet, die zoals altijd een montere indruk maakte en ook maat Klaas die – zo heb ik het gevoel – eerst nog even de koeien gaat melken, voor en na een dag lopen. Zo fit oogt die man. Zo zie je snel welke lopers het makkelijk hebben en minder makkelijk. De eerste dag zag ik twee jonge jongens lopen met een fris ogend meisje er tussen. Ik had er mijn bankpasje tussen durven zetten dat die ene jongen zou afvallen. Dat zie je en dat weet je. Oudere mensen lopen vaker moeilijk, maar daar hoef je je niet druk over te maken, die halen het wel. Het is meer bijzonder dat twintigers de tocht lopen en volbrengen. Maat Jan T liep gisteren met z’n collega. De eerste dag had ik prettig met hem opgelopen. We hebben dezelfde galgenhumor wel een beetje. Vandaag en de rest van de tocht niet gezien. O ja, onze vrolijke burgemeester mocht een gaatje in mijn startkaart knippen. De kaart draaide ze op de kop. Gelukkig lette ik op en na wat meehelpen lukte het haar toch het gaat je in donderdag te knippen. Met de toevoeging aan haar van ‘we gaan nu naar de mooiste stad van Súdwest-Fryslân’ liet ik haar achter. ‘Boalsert is ek in moaie stêd’ zei ze, daarmee toch aangevend dat het iets minder mooi was dan wij zouden willen.

Wel opgelopen met Peter T, ex voetballer van R.E.S. uit Bolsward en algemeen beschouwd als een van de beste voetballers van deze vereniging die is opgegaan in sc Bolsward ooit. Leuk mee gesproken. Ook opgelopen met een vrouw uit Utrecht die wel erg makkelijk liep en genoot van de weidse landschappen. Her en der natuurlijk met veel mensen opgelopen, maar ik schrijf dit verhaal wat later, dus ben ik wel eens een vergeten te noemen. In Parrega vond de nestor van deze tocht het welletjes: Jan T stopte er mee en dat ging hem – en zeker ook medelopers – zichtbaar aan het hart. Het wil niet meer, n.a.w. ook door privé problemen die je niet in de koude kleren gaan zitten. De man van de Kennedymarsen, van het goede humeur, van de humor, stopt er mee in het vervallen Parrega.

De tocht gaat door en ik kwam in gesprek met een aardige vrouw uit Joure. Ik vertelde haar dat mijn vrouw en dochter stempelden in de kerk. Ook kleinkind was daar, maar die kan nog niet stempelen, zij lag met een speen in de mond lekker te slapen. Deze vrouw stempelde inderdaad bij mijn vrouw en gaf ook aan dat zij met een man had gelopen die, etc. etc. De kleine toevoeging dat die man een aardige man was gaf ze niet door aan mijn vrouw, maar denk dat ze me wel aardig vond en dat gevoel kreeg ik weer op dag 5, de dag dat ik dit schrijf met de voetjes met blaren op tafel waarvan de ene blaar net open is gegaan, maar dit voegt niks toe aan het verhaal, maar ik heb weer zo’n momentje dat ik dit type wat ik denk en zie en waarom heb ik die inspiratie?, dat komt door vijf dagen wandelen, dan komen er endorfinen vrij, waardoor je wat creatiever kan worden zullen we maar zeggen. Maar met die vrouw nog op dag 5 gesproken dus. De stempel kreeg ik van mijn dochter in die prachtige Broerekerk. De koffie kreeg ik uiteraard van de familie Mulder. Snel door naar Schettens waar ik een uitnodiging had gehad om koffie te drinken bij Van A. Deze aardige man stond al buiten en loodste me snel binnen. Hij had al snel in de gaten dat ik haastig was: ik had de koffie natuurlijk weer snel op en ook het koekje was snel verdwenen. Was een lekker koekje trouwens, met van dat rooie spul binnenin. Van A. schonk snel een tweede bakkie in. Ook de koffie beviel me, naast het prettige gezelschap van deze man. Hij begreep dat ik door moest, ik liep al bijna achteraan immers.

In Witmarsum een stukje kaas gegeten en daar zag ik ook de man die ik bij de Vierdaagse tegenkwam, Haitsma. Hij had nog een mooie foto gemaakt vorig jaar. Ik zal hem mailen. Dat heb ik nog niet gedaan en zou dat al doen, maar nu ben ik dit aan het tikken en ik kan geen drie dingen tegelijk natuurlijk. In Kimswerd maakte ex-collega Ingrid nog foto’s van deze jongen. Heb je ze nog niet gekregen, maar ze zullen ook niet mooi zijn.

In Harlingen snel broodje kroket verorbert en koffie naar binnen geslurpt. Korte gesprekjes met velen en Tjalda, de stempelmevrouw,  die wel in de gaten had dat ik me in de achterhoede bevond. Over die haven lopen is verschrikkelijk. Liep op met een Hollandse vrouw en ik sprak van die akelige rolkoffertjes die straks op ons af kwamen, van vrouwen met rode hoofden, die de boot dreigden te missen en vervelende kinderen die absoluut niet opzij wilden voor ons stumpers, ons elfstedenbedwingers met de blik op oneindig, wij idioten. Schrappen dat Harlingen van de lijst van Friese steden en promoveer Berlikum tot de elfde stad.

En dan naar Franeker, die verschrikkelijk lange weg naar het bier. Om ongeveer half vier kwam ik aan in deze prachtige stad met prachtige fontein en zowaar er was nog een plekje op het drukke terras. Zoals verwacht weer een chaos met bestellen. Direct maar twee bier besteld en drinken voor Anna en vrouw. Na wat aandringen kregen we iets wat er op leek. De Hollander-geinporums naast ons vonden het on

Stilleven

voorstelbaar hoe het in Friesland ging als ze een bestelling deden. ‘Dat moet je zo niet bij ons doen, dan loopt iedereen weg’ zei de kale leider. Genieten met die man en z’n maat die swingde op opzwepende muziek. Die kale man dus, kreeg gisteren in Workum bij Folkerts weer z’n voetenbadje. Hij kreeg een emmer met koud water waar hij z’n warme voetjes in plaatste. We moesten elkaar niet aankijken, die man zat te genieten, al zou die het met lopen ook niet zo makkelijk hebben bemerkte ik op dag 4. Na al deze gezelligheid reden mijn vrouw en ik weer terug naar de mooiste stad van Friesland.

Dag 2 Elfstedenwandeltocht

Vanmorgen weer vroeg op richting Sleat voor de tweede etappe Sleat (Sloten) – Workum. Langs de dijk, waar de schapen vrij spel hadden, bracht onze chauffeur ons ruim op tijd in dit prachtige stadje. Het eerste stuk vanaf Sleat door Gaasterland is altijd mooi en dan komt die dijk, die mooi lijkt, vervelend wordt, en waar je op een gegeven moment een hekel aan krijgt. Zo ook vandaag natuurlijk. Zou liever op de dijk lopen of zelf achter deze bescherming van de Friese dorpen en steden, maar op de dijk lopen is niet zo goed voor je beentjes en achter de dijk lopen is al helemaal geen optie.

Afijn, 44 kilometer blijft 44 kilometer, hoe en waar je hem ook loopt. Langs de dijk een poos opgelopen met jonge jongens in militaire pakjes van de ‘studentenweerbaarheid‘. Studenten dus die vrijwilligerstaken uitvoeren als militairen. Ik sprak met een paar jongens. Keurige jongens, je met meneer aansprekend, waar een ‘goeie kop’ op zit. Bijzonder netjes vonden ze hun plaatsje tussen de vaak veel oudere deelnemers. Om met Mart Smeets te spreken: ‘chapeau’ (petje af). Richting Stavoren kleine groepjes mensen, allemaal strak voor zich uitkijkend en praktizerend over het nut van het bestaan en het lopen van deze tocht in het bijzonder. Een belangrijke tip voor een lange afstand loper: denk niet aan je voeten en praat over de zin en vooral onzin van de ene voet voor de andere zetten.

Voor veel Hollanders bijzonder verschijnsel: een schaap

Die verschrikkelijke dijk

Gelukkig kwam Hindeloopen dan eindelijk in het zicht. Kreeg steeds meer last van blaren dus liep ik maar door naar deze stad voor koffie. Daarbij sloeg ik de standaard stop in Stavoren over voor soep. Op het terras in de stad van het schaatsmuseum snel een cappuccino en een cola weg gewerkt. De serveerster kon bijna naast me blijven staan, zo snel stond deze jongen weer op z’n steeds vervelender wordende pootjes. Als je in Hindeloopen bent, dan ben je bijna in Workum. Een wat domme zin natuurlijk als je hem naleest, want zo kun je wel een tijdje doorgaan immers. Na Stavoren ben je zo in Hindeloopen, etc. etc. en na regen komt zonneschijn. Soms begin je te typen aan een zin en weet je niet waar het heengaat zullen we maar zeggen, maar nu weer even ter zake. Na een plaspauze bij die bijzondere op de kop staande boerderij, kwam ik er een paar honderd meter verder achter dat ik m’n pinpas kwijt was. Wat doe je in zo’n geval? Ik besloot het restaurant te bellen. Maar hoe heette dat restaurant? Het restaurant er naast heet De Hinde, maar die was dicht al probeerde ik ze toch te bellen. Snel zoeken op telefoon naar het adres en vervolgens op restaurants Hindeloopen en zowaar er was er nog een restaurant op bijna hetzelfde adres als De Hinde (dat komt dus omdat ze buren zijn, bent u er nog?). Afijn, jazeker, de serveerster kon me nog herinneren. Dat was natuurlijk ook niet zo moeilijk want ik was een aparte gast en die serveerster leek wat op de eigenaresse en buurvrouw van De Hinde vond ik en dat vond zij ook (opletten nu!), de zaak die dus dicht was en hoe weet ik dat, omdat ik daar een keer per jaar heenloop en bij deze aardige vrouw altijd een uitsmijter-kaas bestel (met het kaas bovenop het ei gebakken, want ik houd een ranglijst bij van lekkerste uitsmijters in al mijn tochten en zij – nog steeds de vrouw van De Hinde – stond volgens mijn eigen zeggen op ‘3’ en niet op ‘1’ omdat ze het kaas dus niet bovenop het ei bakten en zouden nadat ze de kaas op het ei hadden gebakt en mij deze uitsmijter triomfantelijk presenteerde, op ‘2’ komen, dus nog steeds niet op ‘1’ en waarom niet?, omdat ik ‘algeheel oordeel en de sfeer van het etablissement’ minder vind/vond dan in IJlst (met schaatsen aan het plafond en oude schilderijen waarvan ik houd – maar dit kon ik natuurlijk weer niet zeggen.

De weerbare militairen langs die dijk

Maar het ging om de buurvrouw die dus leek op de buurvrouw van De Hinde en dat hoorde ze wel vaker. En om een lang verhaal wat in te korten: ze had mijn pasje niet gevonden. Plan 2 was de Elfstedenorganisatie te bellen. Snel doorgegeven aan een mevrouw die er notitie van zou maken. En tot mijn bijzonder stomme verbazing belde mij zo’n 7.43 minuut later een ‘anonieme’ man die van de Rabobank Hengelo was. ‘Klopt het dat u uw pasje kwijt bent?’ vroeg hij deze jongen die met stomheid was geslagen. ‘Ja, dat klopt…’ stamelde ik verbijsterd en de bovenstebestemanvandeRabobank vertelde mij dat een toerist het had gevonden (n.a.w. geen Duitser, maar dit is niet een belangrijke toevoeging) en de bank had geïnformeerd. De pas had de Rabobank al geblokkeerd en binnen drie dagen krijg ik een nieuwe, zo vertelde hij mij. Wat een service!  U kunt zich dan voorstellen dat die laatste kilometers richting de finishplaats Workum er niet meer toe doen. Vreugdevol liet ik mijn stempel plaatsen iets na drieën, wel met zere poten, dat dan weer wel. Snel even naar de blarenprikker. Een stevige man taxeerde ik als de man die moest prikken en mijn leed diende te verzachten. Deze man was gedegen, dat zag en voelde ik ook al snel. De man kon blarenprikken als de beste en tapete de tenen niet af, maar vlocht daar wat van dat schapenwol tussen. ‘Dan doe je zo, trek je het uit elkaar en dan tussen de tenen, en dan doe je het zo er overheen etc. etc.’ Zoiets zei hij, maar dat ging mij niet zo lukken, dat was duidelijk en dat zou de volgende dag ook blijken. Afijn, toch wel een dag waarin ik beroerd liep. Mijn voeten zitten helemaal knel in de schoenen met uiteraard blaren als gevolg. Nou ja, het zal vast wel weer goed gaan morgen. Toch?

 

 

Een studentenweerbaarheid is van oorsprong een gelegenheidsgevechtseenheid (of militie) in Nederland, die uit universitaire studenten bestaat. De vrijwillig dienende studenten dienden als flankeurs of jagers. De huidige studentenweerbaarheden zijn (sub)verenigingen voor studenten in het hoger onderwijs, die haar leden de gelegenheid bieden om informeel kennis te maken met verschillende aspecten van de krijgsmacht.

Dag 1 Elfstedenwandeltocht 2019

Half zes stond het wekkertje gepland. Uiteraard iets voor deze tijd helemaal wakker. Om kwart over zes kwam Harmen al met de auto voorrijden bij mijn buurvrouw. In de Elfstedenhal al een drukte van belang. De Elfstedenkrant lag ook op de balie, maar weinigen die daar het besef van hadden.

We vertrokken wat anders uit Leeuwarden. Dit keer richting Boksum. Had ook zo z’n nadelen. De brug stond open en de oversteken waren wat druk en lastig. Je ziet vaak ergenissen van automobilisten. Ja, wij wandelaars zijn niet zo populair en je verbaast je ieder jaar weer dat maar weinig mensen het besef hebben dat we een Elfstedentocht lopen, laat staan dat men weet dat dit al weer de 73e uitgave is. Hoe anders is die beleving bij de Nijmeegse Vierdaagse, maar dit terzijde.

Via Bozum bereikten Bolswarder Jan T en deze jongen Scharnegoutum waar vrouw-lief en schoonzus klaar stond met de koffie, koek, bananen en marssen. Van alles wat gehad uiteraard. Ben net een groene container: ik mik alles naar binnen. Het was inmiddels bijna warm weer te noemen. Alle voorspellingen van vorige week sloegen nergens op. Ervaring leert dat dit ieder jaar – dus altijd – zo is. Het komt altijd anders, maar hier moet je je zeker niet druk om maken. ‘t Komt zoals het komt.

Bij Theater Sneek snel een bouillon weggewerkt. Na zo’n honderd meter besefte ik dat ik iets miste: jawel, de rugtas. Gelukkig lag hij nog waar ik hem had achtergelaten en was het misschien nog meer een prestatie dat ik die positie nog wist te herinneren. In Sneek was het 26 km en dat betekende nog zo’n 23 km richting finish.

In IJlst koffie gedronken met Jan. Even drammen uiteraard met bestellen, maar daar ben ik ontzettend goed in. Toen ik het restaurant nog maar twee meter binnenliep deed ik de bestelling al: ‘een koffie en cappuccino en we zitten op het terras’ (niet wetend of daar überhaupt plaats was). Helaas leverde deze drampoging geen resultaat, maar gelukkig werd het door een collega snel opgepikt.

Na IJlst begon de leegte. Niet bepaald een inspirerend stuk tocht. Na Hommerts-Jutrijp de lange weg richting Spannenburg, onderbroken door een vreemde kronkel naar en van Woudsend. Bij Boer Bouma is het nog exact 5 km. Toen wist ik al dat de totale afstand 49 km zou zijn en dit zou (uiteraard) ook kloppen later. Toch een gevoel van een blaartje onder de linker voet. Het laatste stuk opgelopen met een man op fiets die beter kon praten dan luisteren en op zich is dat niet zo erg die laatste kilometers. In ieder geval fietste deze man uit Langweer samen met zijn vrouw lange tochten. Eenmaal zelfs naar Rome op de fiets. Bijzonder en wat jaloers kijk je dan naar zo’n fiets.

Voor de finish nog de brug open. Dat scheelde weer een paar minuutjes voor de eindtijd die natuurlijk totaal niet belangrijk is. Maar toch: iets over 16.00 uur (weet het niet exact, denk 16.04 of zo) kregen Jan en deze jongen de stempel. Op het terras rees de twijfel bij Jan over zijn hakken en inderdaad zaten op beiden blaren. Een vervelende plaats. Zelf voelde ik een beginnend blaartje die bij de EHBO iets anders werd beoordeeld. De EHBO-er gaf aan dat het toch een flinke en rare diagonale blaar onder de bal van de voet was. Gelukkig wist hij er raad mee. Eerder dan Jan die nog onder behandeling lag, mocht ik van de brancard. Jan later naar de auto, en ik terug naar het bier op het terras. Snel nog twee pilsjes gedronken met oud-collega Jan S en vrouw en Anna die het ook weer makkelijk fixte.

Het uitzicht vanaf het terras.

Training voor Elfstedenwandeltocht 2019

Daar gaan we morgen weer! Wordt mijn dertiende versie. Weer lijkt prima te worden, niet te warm. Heb ik liever dan 25 graden.

Hieronder mijn trainingsloopjes. Iedere weer een lange wandeling. Begonnen in begin maart.

Hierbij de afstanden van mijn trainingen, meestal uiterst saaie loopjes.  13 km, 13, 20, 31, 27, 31, 34, 34, 27, 40, 36, 41, 37 km.

Morgen meer!

De Dodentocht 2018

Na de Vierdaagse van Nijmegen voor de eerste en laatste maal te hebben volbracht en de Mar-athon van Sneek, vrijdag/zaterdag de Dodentocht voor de tweede maal gelopen.

Om kwart over acht liepen Anna en deze jongen het startvak B van de Dodentocht naar binnen, klaar voor het ondergaan van de Belgische Tocht der Tochten, de Dodentocht gegeten. Een naam negenenveertig jaar geleden uit gekheid ontstaan en passend bij de Belgische zelfspot. Laten wij ons niet vergissen in de enorme organisatie en beveiliging voor deze tocht. Een helikopter in de lucht en vaak zagen we betonblokken wegen blokkeren. De angst voor aanslagen zat en zit er nog steeds in.

Al snel zou het regenen, steeds steviger. In regenkleding (voor mij een poncho van de Marine, bedankt Tinus) wachten we op het startsignaal dat niet wou en zou komen. Het was dik na negenen vooreer de eerste stappers (Belgisch voor wandelaars. Lopers zijn hardlopers) de smalle uitgang passeerden op weg naar een nieuw avontuur.

De splitsing in de twee groepen leek een goede verbetering, al was hier niets van te merken de eerste kilometers. Na zo’n drie kilometer kwamen de twee groepen bij elkaar op een boerenpad. Wederom veel stilstaan of schuifelen, hier kunnen wij Nederlanders niet zo goed over en dat laten we vaak verbaal weten, een Belg niet, die ondergaat zijn lot.

Na een rondje Bornem kwamen we bij de post Friesland Campina na 19,8 kilometer en hier kregen we chocomel. De vrijwilligers hadden de dop er al van afgedraaid maar dat zie je niet in het donker en misschien een tip om dat de volgende keer even te melden, gelukkig had ik m’n poncho nog steeds aan en dat was nodig ook. De chocomel droop m’n sokken in. Bedankt Anna!

Langs de Schelde, waar de stilte onder de lopers toesloeg, regende het nog heviger. Gelukkig was er in het bos iets meer luwte voor de regen. Gewoon doorlopen, zo simpel was en is het. Niet te snel toegeven aan de vermoeidheid door te gaan zitten. Zo was ons idee om pas bij de post in Breendonk na 42 kilometer voor het eerst te stoppen. We bleken ons rijk gerekend te hebben, want we stopten een post eerder bij Ruisbroek. De Belgen hadden bij iedere post een lichtbak, die informatie begrepen Anna en ik wat anders dan de Belgen. Er stond bijvoorbeeld ’42,2 km gelopen, 57,8 km te gaan’, maar dat was bedoeld voor de vólgende post. In werkelijkheid hadden we 36,8 gelopen. Goed voor de motivatie…

Gelukkig was het nu droog en om een uur of zes werd het licht. In de nacht is het soms struikelen over de steentjes en glijden over de bospaadjes. De dip kwam na zo’n kilometer of 45. Met blik op oneindig en verstand op nul maar wat doorharken. Mijn reacties op Anna haar verhalen zullen wat korter zijn geweest. Ik waande me gelukkig met Anna naast me, want zij praat veel en is daarmee ook nog eens nooit vervelend. Gelukkig zijn er ‘pillekes’ om je de wereld weer wat rooskleuriger te laten zien en deze hielpen na een halfuurtje ploeteren.

De post Merchtem op 53,2 kilometer bereikten we om precies 8 uur. In meerdere opzichten is deze post een belangrijke: je bent dan eindelijk over de helft en hierna loop je weer richting het noorden, naar Bornem. Om met de Belgen te spreken: ‘dat geeft weer moraal’, want zo gezellig is het onderweg nou ook weer niet. Geen Belg die in lijkt voor een praatje. De meesten lopen met z’n tweeën en lijken zich vergroeid te hebben in hun eenzame lot. Voor paaltjes op de weg of tegenliggers wordt niet gewaarschuwd, heel merkwaardig allemaal. Het is je eigen schuld als je op een paaltje knalt, de tocht gaat door, nee we klagen niet, maar snappen dit ook niet.

Het volgend echte doel was de 72,5 kilometer in Lippelo waar m’n vrouw zat te wachten met de koffie. Uiteraard moet deze jongen dan even uitrekenen hoe laat we daar dan weer ongeveer komen. Heb een behoorlijke ‘tijd-tik’. Zit vaak te rekenen en na 50 kilometer wist ik al dat we nooit sneller zouden zijn dan een dikke twintig uur.

De Dodentocht is voornamelijk mentaal zwaar. Natuurlijk heb je na tig kilometers allang je plezier in het wandelen en de trieste omgeving verloren. Het is continu aftellen, een uur lopen is inclusief pauzes ongeveer 5 kilometer.

Gezellig even koffie gedronken in Lippelo. Een vrouw zocht contact met mijn vrouw en zij bleek ook een Friezin te zijn. Uiteraard volgt er dan onmiddellijk een taalswitch. Haar man was spontaan op het idee gekomen om aan deze tocht mee te doen. Zij verbaasde zich ook over de stilte van de mensen langs de kant en de weinig woorden die ze terugkreeg. Toen ze haar man belde waar hij was, was die ook kort van stof. ‘Ut liket wol een Belg’ zei ze toen ze de telefoon uitdrukte. Zelf veranderd van shirt, snel het Elfstedenwandeltocht shirt aan. We moeten wel een beetje reclame maken voor ‘onze tocht’ en dat lukte knap. Toch zo’n tien Belgen die toch meer dan twee woorden wilden spreken en ons vroegen wat die tocht nou precies inhield. Anna had haar praatje snel klaar, al las ze het op: ‘De Elfstedentocht is vijf dagen. De eerste dag is 50, de tweede dag 44, de derde dag 42, de vierde dag 43 en de vijfde dag 28 kilometer en de tocht wordt gehouden in de week met Hemelvaart. Anders moet u even kijken op de website van de Elfstedentocht. (www.elfstedenwandeltocht.nl).’

Een beetje humor en een grote portie zelfspot horen zeker bij de Dodentocht. Je moet je zelf niet te serieus nemen, niet te ver vooruitkijken en van post naar post lopen. Van het traject naar Branst op 94,5 kilometer worden de meeste lopers, herstel stappers, niet vrolijk. Het is een lange weg op de dijk met veel bochten en iedere keer verwacht je dat die aftakt naar het naastliggende dorpje. Hier Anna’s favoriete plaatje ‘I would walk 500 miles’ ongeveer 23 keer gehoord. Een Duitse loper had zo’n radio mee en had dit plaatje op de herhaalstand staan. Je moet er uiteraard niet aan denken om 500 miles te lopen…

Nee, dan lekker aftellen naar de finish. Na nog snel wat genomen te hebben bij post 94,5 km kregen we steeds meer de stap er in. Om de kilometer zie je een bordje, nog 5, nog 4, nog 3, nog 2, nog 1, nog 500 meter en dan loop je de laatste straat door naar de finish waar veel mensen je aankijken of je gek bent en dat is natuurlijk ook wel zo. Weinig spontaniteit in ieder geval, maar dat wist ik nog van vorig jaar. Moet toch zeggen dat de omgeving mij deze tocht meer kon boeien dan vorig jaar. Ook was er meer publiek en muziek onderweg met een Belgische DJ voor mij als hoogtepunt. Een kerel van een kilootje of 175 schreeuwde wat onduidelijks in een microfoon, grappig was het zeker en serieus nam hij het.

Vrouw Saapke stond bij de laatste bocht bij de finish. Na de felicitaties kregen we snel de medaille, oorkonde en een flesje bier. Bier zagen we ook veel op posten onderweg. Lopers die een halve liter wegtikken en dan nog verder moeten lopen, het blijft een merkwaardig iets. In de finishtent werd Anna nog aangesproken door een journalist van De Gazet van Antwerpen. We kwamen op de foto en zeiden soms niet wat we dachten. Ja, de tocht is/was geweldig georganiseerd, alleen blijft het bevreemden dat zo weinig mensen een woordje met je willen wisselen. O ja, zo links en rechts vielen nogal eens wat mensen om, maar ook daar maakt een Belg zich niet zo druk om. Even op de grond leggen en ze komen wel weer bij… ‘Jawel, het is ook niet niks hé, zo’n tocht?’

Eindelijk die finish!

Met een voldaan gevoel gingen we nog wat eten op een terras waar we gisteren ook hadden gegeten. De bediening was uiterst vriendelijk. De vrouw noemde mijn vrouw ‘liefeke’ en mij ‘Suske’. Even opgezocht wat dat betekende en het staat voor ‘lieveling’. Zo toch nog een goede afsluiting van een lange en erg bijzondere dag!

Dag 5 – Elfstedenwandeltocht

5.15 uur door de wekker gewekt vanmorgen. Voor het eerst dat deze week dat ik niet voor de wekker al wakker ben. Met vrouw, buurvrouw Baukje en Anna uit Gaast vertrokken we naar Dokkum. Sinds die nieuwe rondweg is Bolsward – Dokkum binnen 45 minuten te doen.

Toen we uitstapten op de parkeerplaats in Dokkum waren we het spoor even bijster. Moesten we niet links over het brugje of toch rechts? We besloten het tweede bruggetje te pakken en we waren nog steeds in vertwijfeling. Waar was nu de start? Was die verplaatst of waren wij onze coördinatie kwijt? Het bleek het laatste te zijn…

Vijf minuten voor starttijd konden we aanschuiven in de rij. Koffie zat er wederom niet in. Collega Jan stond al klaar in de rij. Ook voor hem was het gisteren goed verlopen. Voel me zelf ook prima. Beetje zere voeten, maar dat was vorig jaar erger.

Dit keer wederom niet door Damwoude. In de sporthal van Rinsumageest kregen we weer onze koffie met koek. Gezelligheid genoeg en vele begroetingen volgden, waaronder met Geert uit Veendam. Ooit contact met hem gehad omtrent een shirtje en heb een klein stukje met hem opgelopen. Mooi weer vandaag en alles ging in rustig tempo. De laatste dag doet er eigenlijk niet meer toe, uitvallen doe je natuurlijk niet. In Oentsjerk wederom een bakkie gedaan op het terras. Aan de praat geraakt met een man en vrouw. De vrouw was ook een loper, zo vertelde ze mij. Ze liep vaak in het buitenland. De vrouw van de man naast me had een maagverkleining gehad en liep alleen vandaag. Deze man was nogal fors zullen we maar zeggen en even later liep zijn vrouw voorbij, trots als een pauw en mooi om te zien.

Zo heeft iedere loper zijn verhaal en even later sprak ik met een man van een metertje of twee (in de hoogte) en hij liep zelf 160 km lopen. Van Nijmegen naar Rotterdam, van Amsterdam naar Leeuwarden (150), er was hem weinig te veel. Ieder weekend liep hij een rondje met een paar mannen. Ze vertrekken dan om 06.00 uur en dan zijn ze om een uur of 13.00 weer terug voor het eten. Nee, er ging eigenlijk geen weekend voorbij zonder lange afstand lopen. En zo zijn er veel meer van deze mensen die een Elfstedentocht niet als een uitdaging zien maar als een leuk tussendoortje. Weer even later liep ik even op met Henk uit Ternaard. Hij wil met een groepje lopen in Duitsland, 100 km. Aangezien ik zelf de Dodentocht van 100 km heb gelopen (en weer ga lopen) klikt een gesprek snel. Ook Wiebe uit Buitenpost behoort tot dat ‘Duitse groepje’ en deze man zette stevig de pas er in. Met hem opgelopen tot de finish. Snel nog even plasje doen achter boom in het park. ‘Ik wacht wel even op je’ zei hij. Nou maar hopen dat het lukt dacht ik nog met een paar ogen in je rug… Gelukkig ging alles boven verwachting en finishten wij om 12.15 in de Harmonie. Ook Sietze uit Bolsward was daar. Hij moest helaas na de eerste dag stoppen ivm hielspoor, een erg vervelende en hardnekkige blessure. Erg sneu, aangezien het zijn tiende deelname was. Later haalde hij dan toch nog een medaille op, hij had immers toch een dag gelopen. Nog even wat gedronken met ondermeer vrolijke Piet (mien maat) uit Sint Anna, Sietze, Anna, Jeltsje, Eelkje, Henk en nog vele anderen. Heel gezellig allemaal. Het was een prachtige week met veel plezierige mensen, met vele verhalen en vele pijntjes.

Tot volgend jaar!

Dag 4 – Elfstedenwandeltocht 2018

De nevel hing boven het Friese land toen we vanmorgen vertrokken naar Franeker voor dag vier van de Tocht der Tochten, het traject Franeker – Dokkum. Na de vele begroetingen vertrok ik bijna als laatste vanuit het mooie Franeker. Het blijft een merkwaardig gezicht, die lopers die al half zeven voor het startlint staan. Hun doel is anders dan de mijne, het contact blijft in een klein groepje lijkt mij.

De weg naar het schelpenpad richting Berlikum is lang en dat is het schelpenpad richting de twaalfde Elfsteden stad ook. Toch een prachtige route.

De naam van het mooie dorp Berltsum is afgeleid van Berlingaheem en is ontstaan uit 2 terpen die vlak bij elkaar lagen. Hieruit is het huidige Berltsum ontstaan. Er zijn, niet bewezen overigens, historische aanwijzingen in de geschiedenis dat Berltsum ooit stadse kenmerken had. Sommigen beweren zelfs dat Berltsum stadsrechten had. Daarmee zou het de twaalfde Friese stad zijn. 

Vaak korte gesprekjes gevoerd. Stukjes opgelopen met Piet uit Sint Anna en Ria en Jan uit Bolsward. Met de laatste twee liep ik door Stiens en we spraken over de totale wanorde van de panden aldaar. Er zit geen lijn in, oud en nieuw vechten om de aandacht. Nee, van zo’n dorpskern word je niet vrolijk. Met Piet en maat Klaas die een dag meeliep gezellig doorgelopen. Bij de koffiepot in Birdaard liep Klaas door. Was bijna op een klein kind gestapt. Piet dacht al dat ik de dreumes van de stoel had gegooid. De praktijk was anders. Het kind hing aan de stoelpoot. Gelukkig bleef het kind en moeders rustig.

LANGS DE DOKKUMER EE

HET LAATSTE STUKJE

Even daarvoor gewuifd naar Wobbie en Jouke die in hun luxe optrekje zwaaiden naar ons lopers. Ze lopen niet meer mee na vele tochten. Vanaf het café aan het water was het nog 10 km richting finish. Met meerdere mensen langs de Dokkumer Ee opgelopen, waaronder een man uit IJlst, een vrouw uit Diever, een man uit België en natuurlijk Piet-zelf.

Na een kleine omweg bereikten we dan eindelijk het centrum van Dokkum. Merkwaardig genoeg kreeg ik mijn stempelkaart niet uit mijn vakje van de tas. Uit pure wanhoop dit maar open geknipt, zodat mijn finishtijd van 15.29 eigenlijk iets naar beneden bijgesteld mag worden.

En wat zit het dan gezellig in het uiterst gezellige Dokkum. Samen met Piet Klaas en hun vrouwen wat bier naar binnen gewerkt en het moet gezegd: dat kost geen moeite! Heerlijk mensen die aankomen bekijken waaronder Jan T en vrouw Jannetje uit ons prachtige Bolsward. Om een uur of kwart voor vijf vertrokken we. Om de beentjes wat soepel te houden had Lambertus de auto bijna in Bolsward geparkeerd, maar dat mocht de pret niet meer drukken. Tjongejonge, wat zat dat weer lekker in Dokkum!

Morgen het laatste dagje naar Leeuwarden. Zoals ieder jaar nemen we die lullige dertig kilometers niet serieus. Op weg naar het twaalfde kruisje.

Oant moarn!